Leren om nee te zeggen

woensdag 01 mei 2019 -

- door Sandra van Scheijndel 

 

Assertiviteit, voor jezelf opkomen, grenzen aangeven en nee leren zeggen, het zijn doelen die heel veel cliënten willen bereiken als zij voor het eerst een gesprek hebben bij een psycholoog. Vaak is het moeilijk om grenzen aan te geven voor mensen omdat ze aardig gevonden willen worden, maar ook omdat het conflicteert met hun zelfbeeld: ze zichzelf zien als behulpzaam en vriendelijk. Nee zeggen wordt dan geassocieerd met onaardig, oncollegiaal, egoistisch of het idee dat je dan ‘geen goede… bent’ (vul in: vriend / moeder / zoon / buur / enzovoort) En daarom staan ze dan altijd klaar voor iedereen.

Tegelijkertijd merken deze mensen vaak dat er misbruik wordt gemaakt van hun behulpzame instelling door hun omgeving. Ze benoemen dat de baas altijd hun als eerste vraagt om over te werken, of dat er altijd kinderen van vrienden bij hun gedropt worden. En als ze dan eens vragen om eerder weg te mogen, of om zelf hun kinderen een keertje bij die vrienden te mogen brengen, dan is er altijd wel een smoes waarom dat nu net niet kan.

Met mijn cliënten oefen ik dan in een sessie om ‘nee’ te zeggen tegen mij. Ik vraag dan bijvoorbeeld: “Wil je even mijn pen vasthouden?” De meeste mensen zeggen meteen ‘ja’. Pas als ik zeg dat ik eigenlijk verwacht dat ze ‘nee’ gaan zeggen, valt het kwartje. Ze hebben al ‘ja’ gezegd, voordat ze er zelf bij stilstonden. En zo gaat het in het echte leven natuurlijk ook vaak. En omdat ronduit ‘nee’ zeggen voor veel mensen heel erg moeilijk en beladen is, volgen hier een aantal tips en suggesties.

Tip 1: als je merkt dat je al ‘ja’ wilt gaan zeggen, vraag dan of je er eerst even over mag nadenken.

Tip 2: tussen ‘ja’ en ‘nee’ is er ook nog de optie ‘misschien’. Probeer dat woord wat vaker te gebruiken. Of gebruik een zin als: “Ik weet niet zeker of ik kan, ik moet eerst thuis overleggen” of “Ik heb mijn agenda nu niet bij me, ik kom er nog op terug”.

Tip 3: stel jezelf de vraag of je bang bent om iemand te kwetsen. Als dat het geval is, bedenk dan alternatieven hoe je jouw grens kunt aangeven, zonder dat je de relatie onnodig beschadigt. Voorbeelden kunnen zijn:
- “Ik zou je heel graag helpen, maar ik heb het nu heel erg druk”
- “Dit weekend helpen met verhuizen lukt me niet, maar ik kan de week daarna wel helpen met uitpakken”
- “Deze week heb ik al 3x overgewerkt, misschien kun je deze keer een andere collega vragen”

Tip 4: een grens aangeven kan soms heel ongemakkelijk zijn. Dat betekent niet dat het verkeerd is om het te doen. Hierover heb ik eerder een blog geschreven, over een eigen ervaring met assertief doen en wat dat bij me opriep. Lees die hier

 

blogarchief